De Lek

De Lek

Al in 9000 voor Christus was sprake van een vlechtende riviermassa ten zuiden van Houten, die het water van de Rijn afvoerde. In 2750 voor Christus verminderde de afvoer van het water via deze rivier, waarna deze langzaam verdween (bron).

Vanaf 200 voor Christus wordt de eerste aanzet voor de Lek gegeven. Het is een kleine zijrivier die zich ter hoogte van Rijswijk (Gelderland) afsplitst van de Rijn. De rivier laat vanaf het jaar 1 sedimenten achter (bron).

Vanaf de Laat Romeinse Tijd komen steeds vaker overstromingen voor en de bewoners van het huidige Schalkwijk verlaten de streek (bron). Op de Vuijlcop- en Hoonstroomrug wordt nieuwe klei afgezet.

In de Vroege Middeleeuwen stroomt de Lek vanaf Dorestad naar Honswijk. Via het zuiden van Hagestein stroomt de rivier naar Vreeswijk, om via de Hollandse IJssel langs Montfoort naar zee te stromen. Vanaf ongeveer het jaar 800 stroomt de rivier ook langs Tull en ’t Waal, maar de hoofdstroom loopt nog wel ten zuiden van Hagestein. Ook lijkt er een nieuwe rivierstroom te zijn vanaf Vianen naar de Noordzee. Deze stroom volgt een oude rivierbedding (bron).

Het breder worden van de Lek en het smaller worden van de Rijn is een geleidelijk proces. Soms helpen stormvloeden daarbij. Zo zette een stormvloed in 838 het hele gebied tussen Utrecht en Leiden onder water (bron). Het breder worden van de Lek betekent het begin van het verval van Dorestad.

Dijken en dammen

Rond 900 wordt de rivierstroom ten zuiden van Hagestein afgedamd. Al het Lekwater stroomt nu langs Tull en ’t Waal. De Hollandse IJssel krijgt ook minder water te verwerken, omdat het water makkelijker langs Lexmond en Schoonhoven stroomt. Vanaf 1080 worden langs de Lek kades aangelegd en wat later serieuze dijken. Het zijn belangrijke activiteiten om ontginningen mogelijk te maken. De dijken die rond 1140 gereed zijn, zorgen er voor dat de rivier zich niet meer kan verplaatsen.

Wanneer de eerste veerboot verschijnt is niet precies bekend. Voorlopig lijkt het erop dat dit rond 1250 gebeurde. In 1304 speelt de Lek een rol wanneer Vlaamse bondgenoten om het leven komen bij de veerboot ter hoogte van Beusichem.

In het jaar 1233 breekt de Lekdijk voor de eerste keer door. Grote overstromingen waarbij het water tot in Amsterdam en Leiden komt zijn het gevolg. Het zou nog een aantal keer gebeuren.

Stuw

In 1958 wordt ter hoogte van Tull en ’t Waal een stuw in de Lek gebouwd. Deze stuw staat bekend onder de stuw van Hagestein en maakt onderdeel uit van drie stuwen. De andere liggen bij Amerongen en Driel.

Door de drie stuwen te sluiten, kan de waterstand in de IJssel worden geregeld. Bovendien blijft het IJsselmeer dan het hele jaar door voorzien van zoet water, zodat Noord-Nederland niet zonder hoeft te zitten.

Ten oosten van de stuw bij Hagestein is de waterstand in de Lek 3 meter NAP. Ten westen van de stuw schommelt deze tussen de 0,4 en 1,4 meter NAP. Hier in het uiterste westen van de gemeente Houten is het effect van het getij merkbaar.

Tip:

een interessant boek over dit onderwerp is het boek ‘De Lekdijk van Amerongen naar Vreeswijk‘ geschreven door A.A.B. van Bemmel.