Romeinse tijd
Vanaf ongeveer het jaar 15 voor Christus komen de Romeinen definitief Houten binnen. In korte tijd veranderde het eenvoudige bestaan in een bloeiende economie.
De Romeinen bouwden op een steenworp afstand in het jaar 16 na Christus Fectio en organiseerden de voedselvoorziening. Houten kreeg daarbij een belangrijke rol en werd hét agrarisch gebied om de honderden militairen te voeden. De bestaande gesloten Elzenbossen verdwenen langzaam en het terrein werd opener (bron).
De huidige gemeente Houten kende uiteindelijk ongeveer 60 Romeinse nederzettingen.
De nederzettingen verschenen vooral op de hogere gebieden, zoals op de Houtense, Jutphase en Honswijkse stroomrug (bron).
Het gebied was doorsneden met oude geulen, die bij hoogwater van de Rijn volliepen. In Houten treffen we tegenwoordig op veel plaatsen in de grond Romeinse sporen aan. Soms vlak aan of op het oppervlak.
Voorbeelden van vondsten zijn munten, aardewerk, wijnvaten, armbanden en spelden. Indrukwekkend was de vondst van een Romeinse grafsteen (Molenzoom, 42 na Christus) en een altaarsteen (Warinenpoort).
In het jaar 47 na Christus roepen de Romeinen de Rijn uit tot
noordgrens van het Romeinse Rijk, nadat er opnieuw onenigheid was met de Frisii en andere volkeren. Alleen tijdens de Bataafse opstand rond 69 na Christus verliezen de Romeinen kort hun macht. Daarna herstellen ze de orde en breekt er een bloeiende periode aan voor de Houtense inwoners.
De Romeinen bouwden vanaf het jaar 150 met steen. Op de huidige locatie van de Burgemeester Wallerweg wordt een
stenen Romeins gebouw neergezet. Ook op de Tuurdijk en bij de Molenzoom verschijnen stenen gebouwen.
Op drie andere locaties wordt stenen bouw vermoed.
Tijdens het begin van de Romeinse tijd is het klimaat goed. De oogsten lukken vaak en de economie floreert. Er komt in de tweede helft van de tweede eeuw zelfs ruimtegebrek in Houten. Archeologen vinden aanwijzingen dat ook de lagere komgronden in gebruik worden genomen.
Uit archeologisch onderzoek blijkt dat in de tweede helft van de Romeinse periode rond de 4000 mensen in het Kromme Rijngebied woonden, waarvan 2000 op het platteland.
Aanvallen
Tussen het jaar 172 en 174 zijn er aanvallen door Germaanse stammen (Chauken) van de andere kant van de Rijn. Maar pas vanaf het jaar 250 dringen deze Frankische stammen steeds vaker en dieper het Romeinse Rijk binnen.
Zij worden gelokt door verhalen over de welvaart in het Romeinse Rijk.
De Romeinen verliezen steeds meer de macht, Fectio wordt zwakker en de nederzettingen in Houten krimpen. De bevolking lijkt deels weg te trekken.
In het jaar 276 trekken de Romeinen zich terug uit onze regio.
De Frankische stammen nemen de leiding over. Het aantal bewoners daalt tot 400. Het huidige Schalkwijk verandert in een moeras en bewoning hier verdwijnt.
Rond 300 keren de Romeinen terug, maar ze zijn minimaal aanwezig. Samen met de Franken proberen ze de Rijn als Noordgrens te handhaven. De Franken krijgen steeds meer invloed, de Romeinen verdwijnen langzaam uit beeld.
In 406 zijn er geen Romeinen meer in onze regio. Ook de Franken vertrekken naar het zuiden en de regio raakt dunbevolkt.