De ijzertijd

Vanaf ongeveer het jaar 600 voor Christus komen er meer sporen voor in Houten. Vanaf het jaar 400 voor Christus lijken bewoners zich langduriger te vestigen op de hogere punten. De zijtak van de Rijn die door Houten stroomt verzwakt en de Rijn zelf stroomt een stuk noordelijker.

Boerderijen
Veel sporen uit deze tijd zijn afkomstig van houten boerderijen. In de Vroege en Midden-IJzertijd stonden de boerderijen vaak alleen en plaatselijk in lintbebouwing. Ze waren gebouwd van materialen uit de omgeving, zoals riet, stro en hout.

Meestal gingen deze maar tientallen jaren mee. Dat is niet lang, maar voor die tijd was het vaak een heel mensenleven. De mensen leefden van veeteelt en akkerbouw. Vermoedelijk werd er weinig aan de jacht gedaan. Ook zijn sporen ontdekt van hond en kat.

Archeologen vinden scherven, dierlijk bot, stukken verbrande leem, soms een ijzeren spijker, bronzen kledingspelden en Marne-aardewerk (450 voor Christus). Op de landerijen werd gerst, haver en tarwe verbouwd. Ook zijn sporen van huttentut, raapzaad en lijnzaad ontdekt.


Bevolkingstoename
Het vroegere Houten uit de tweede eeuw voor Christus was een dunbevolkt gebied. Zeker in vergelijking met de aantallen mensen die woonden in het zuiden en midden van Europa. Gebieden waar de ontwikkeling al veel verder was, maar waar ook de oorlogzucht was toegenomen.

Vanaf de eerste eeuw voor Christus zien archeologen een plotselinge toename van bewoning. Het gaat om volkeren die op de drift zijn geslagen door geweld of uitbreiding zoeken van hun grondgebied.

Zo wordt op verschillende locaties La Tène glas gevonden. Dit is het geval in 't Goy en Houten. Hierdoor is duidelijk dat de Eburonen zich in de regio hebben gevestigd. Schalkwijk was toen verlaten. Dit beeld wordt ook bevestigd met de vondstplekken van Keltische munten.

Vermoedelijk tussen -38 en -30 voor Christus dringen vanuit het oosten de Bataven op langs de rivieren. Ze waren enkele jaren eerder door de Romeinen aangemoedigd de dunbevolkte gebieden in Nederland te bevolken. De Eburonen en Bataven smelten samen en enkele tientallen jaren later komen de Romeinen definitief binnen.

IJzertijdbewoning is aangetroffen in onder andere de wijken Hofstad, Loerik, Overdam, Leebrug, Castellum, Molenzoom, Tiellandt, Oude Dorp, De Schaft, Doornkade, Ronddeel en buiten de bebouwde kom bij de Oude Mereveldseweg, Heemsteedseweg, Tuurdijk, Goysedorp, Hoogdijk, Hoonpolder, Houtensewetering, Schalkwijkse brug en bij de Binnenweg (ter hoogte van Nieuw Wulven).

Bewoners
Tijdens de ijzertijd wonen er eenvoudige boeren in Houten. Aan het eind van de ijzertijd vestigen de eburonen zich in de regio. Niet veel later komen de Bataven gevolgd door de Romeinen.
Romeins
Rond het jaar -51 valt de regio onder het Romeins gebied. Op papier dan. De Romeinen zelf komen rond -15 voor Christus aan. Mogelijk dat jaren eerder er al verkenners waren geweest.

Eerste contact met de Romeinen
Rivieren
Rond 610 voor Christus krijgt de Rijn een andere loop. De Houtense en Jutphase stroomrug is gevormd. Alleen een restgeul voert rivierwater aan. Het landschap is nog niet af. Rond 200 voor Christus wordt de Lek gevormd.

-800 / -12

Tijdlijn

-610 Zijtak Rijn valt droog
-400 Toename bevolking
-200 De Lek ontstaat
-100 Eburonen in Houten
-100 Boerderijen verschijnen
-51 Houten officieel Romeins
-30 Bataven in Houten
-15 Romeinen arriveren