Bronstijd
Tijdens de Bronstijd wordt door nieuwe rivieren het huidige Houtens landschap gevormd.
Rond 1845 voor Christus breekt de Rijn bij Wijk bij Duurstede definitief door en stroomt deze via een nieuwe route door 't Goy en Houten. Regelmatig komt het daarna tot overstromingen. Soms vaak, soms minder vaak.
De Rijn stroomt via de huidige locaties van 't Goy en de Rietplas richting de wijk De Sloten. Een aftakking van deze rivier loopt vanaf de huidige locatie van de Kruisboog richting het Oude Dorp. Via een omweg door de Gaarden en Oud Wulven komt deze rivier uit bij Jutphaas. Ook in het zuiden van Schalkwijk, nabij Honswijk, stroomt een rivier. Deze rivieren stromen meer dan 1000 jaar.
Aan het eind van de Bronstijd in het jaar 800 voor Christus, verlegt de Rijn zich oostelijker en volgt deze steeds meer de route van de huidige
Kromme Rijn. In het noorden van de huidige gemeente doet een bocht in de Rijn nog Houten aan.
Menselijke bewoning
Sporen uit de Bronstijd zijn schaars in Houten. Door de rivieren die juist tijdens de Bronstijd door Houten stroomden, werden sporen van eventuele nederzettingen weggespoeld.
Sporen zijn voornamelijk gevonden aan de rand van de stroomrug. Denk daarbij aan Raaigras, De Bouw, bij de Binnenweg (ter hoogte van Nieuw Wulven) en Molenaarserf.
Vroege Bronstijd
De eerste bewoners in de
vroege Bronstijd hielden runderen, verbouwden gerst en mogelijk tarwe. Ook werd er gejaagd op hert. Het landschap is open met veel gras en hier en daar staan bomen. De eerste bewoners van Houten hebben al een vaste woonplaats.
De archeologische vindplaats 20 in de wijk Hofstad langs de spoorlijn bij de stadsverwarming is onze belangrijkste kennisbron uit deze tijd (
bron). Zo blijkt dat vanaf 1850 voor Christus vaker geit en schaap worden gehouden dan runderen. Ook langs de spoorlijn bij Leebrug worden sporen uit de Vroege Bronstijd gevonden. Hier en daar zijn Hilversums aardewerk, bewerkt vuursteen en bronzen
gebruiksvoorwerpen en wapens gevonden. Ook zijn er sporen gevonden van bronsbewerking gedurende het Midden van de Bronstijd.
Vluchtende Bronstijdbewoners
Archeologen rapporteren dat tussen 1800 en 1500 voor Christus er geen mensen waren op die locatie langs het Raaigras. De bewoners lijken te zijn gevlucht uit het gebied vanwege de overstromingen van de nieuwe rivier. De Rijn en zijrivier stromen immers door de regio.
Nieuwe bewoning

Vanaf 1500 voor Christus komt de bewoning terug. Sporen van veeteelt worden gevonden en archeologen zien dat er riviergrind is gebruikt. Kennelijk zijn de overstromingen minder geworden. Het blijkt dat er tussen -1500 en -1100 nauwelijks sprake is van landbouw. Ook wordt er vrijwel niet meer gejaagd.
Rond het jaar -1000 eindigt het
koeler
droger
Subboreaal. Het klimaat wordt vochtiger en er is sprake van
koeler
vochtiger
Subatlanticum. Aan het eind van de Bronstijd krijgen de rivieren door Houten minder water te verwerken. De Rijn heeft een nieuwe route ten noorden van Houten gevonden. In het landschap verschijnt steeds meer bos.