Nieuwe Steentijd (Neolithicum)
Rond 4000 voor Christus blijkt er veel veen te zijn in Houten en Schalkwijk. Er is sprake van voldoende vegetatie. Daarnaast heeft de Rijn en de zee met haar getijdewerking veel klei afgezet.
Kennelijk is de monding uiteindelijk dichtgeslibt. De Rijn verlegt rond -3710 voor Christus haar loop naar het noorden en volgt de route van de
Werkhovense stroomrug.
In Houten is in -2750 voor Christus sprake van een onbewoonbaar veengebied met moeras. Bovendien treden regelmatig flinke overstromingen op. Bewoning in het huidige gebied van Houten lijkt dan ook een onmogelijke zaak. Er ontstaan diverse zijrivieren van de Rijn, die zich in het landschap snijden. Deze rivieren laten
stroomruggen achter.
Eerste bewoning
Op de grens van de Nieuwe Steentijd en de Bronstijd arriveren de
eerste bewoners in Houten.
Bij archeologische opgravingen langs de spoorlijn ter hoogte van het huidige Raaigras bij de stadsverwarming, zijn
fragmenten van een bekerpot en een groot en zwaar stenen aambeeld of maalsteen gevonden.
Ook zijn er aardewerk, vuursteen en natuursteen en dierlijke botten gevonden. Deze voorwerpen zijn gedateerd op de periode
2200 – 1970 voor Christus. De toenmalige bewoners hielden runderen, verbouwden gerst en mogelijk tarwe. Ook werd er gejaagd op hert.