Vanuit Houten bekeken was het westen in de 3e eeuw een nat onbegaanbaar gebied. Ook het rivierengebied in het zuiden was niet makkelijk begaanbaar. Ten noordoosten van Houten ontstond een bloeiende Germaanse gemeenschap met haar economische kern in Salland (bron). Het enige contact met het Romeinse Rijk liep via Nijmegen. Houten was een westelijke uithoek geworden voor de Romeinen. De Limes werd niet meer onderhouden.
Vanaf 276 dringen Frankische stammen definitief Germania Inferior binnen. Ze plunderen Xanten (bron). De verzwakte Romeinse legers in onze regio zijn bang om te worden afgesneden met Rome en verlaten het rivierengebied.
De achtergebleven Bataafse bevolking is onbeschermd en smelt samen met andere Germaanse stammen.
Geschat wordt dat zo'n 300 a 400 personen op het platteland van het Kromme Rijngebied woonden (bron).
In Houten is er een kleine agrarische gemeenschap. Locaties waar in de Laat-Romeinse tijd bewoning voorkomt zijn: Burgemeester Wallerweg, Tiellandt, Langeweg, Heidetuin, Binnenweg (De Geer), Oud Wulfseweg, Tuurdijk en Groenedijkje. Vooral in Tiellandt en op de Heidetuin blijkt bewoning voort te blijven bestaan tot in de Vroege Middeleeuwen.
Het natuurlijke gemengd bos komt langzaam weer terug op de Houtense en Jutphase stroomrug. Vooral eiken groeien goed. Het gebied rond de Pothuizerweg staat voornamelijk onder water. In de Laat-Romeinse tijd is er dan ook geen bewoning meer in Schalkwijk. In de buurt van de Marsdijk is in deze tijd een flinke kleilaag over het Romeinse landschap verschenen (bron). Een teken dat hier water stond doordat de Rijn regelmatig buiten haar oevers trad.
Herstel noordgrens
Na het jaar 297 proberen de Romeinen de oude noordgrens te herstellen. Dit zal vooral rond Arnhem en Nijmegen het geval zijn geweest. Salische Franken krijgen belangrijke taken bij de verdediging van het Romeinse rijk.
Maar erg veel viel er niet meer te verdedigen omdat vermenging had plaatsgevonden met de Germaanse stammen (Chamavi en Tubantes). (bron).
Officieel was de Rijn de noordgrens, in de praktijk was het de Waal.
Wederom herstel
Rond 360 (of 368) wordt door de Romeinen de noordgrens opnieuw hersteld. Archeologen hebben hiervan sporen gevonden en ook de Romeinse geschiedschrijving meldt het herstel. De vraag is of er veel Romeinse soldaten zijn geweest in de 4e eeuw in het Kromme Rijngebied. Vermoedelijk was het een oninteressante uithoek.
In 402 richten de Romeinen zich op oorlogsgeweld elders en trekken ze zich volledig terug. De Salische Franken hebben het bestuur dan al overgenomen. Ook de Franken vinden het Kromme Rijngebied niet interessant..
De Frankische leiders profileren zich vooral in de buurt van de Romeinen die in het zuiden van België zijn gevestigd.
Onze regio komt verder economisch in verval en de bevolking neemt verder af. Hongersnood is niet ongebruikelijk in deze tijd.
| 276 | Franken aan de macht |
| 297 | Terugkeer Romeinen |
| ±360 | Versterking noordgrens |
| 402 | Noordgrens opgegeven |