Op een koude regenachtige 28e november 1944 werd Houten rond elf uur zwaar gebombardeerd door de geallieerden. Doel was de Duitse generaal Wolfgang Reinhard en zijn staf die sinds een week of zes in vijf panden aan de Herenweg waren gehuisvest. De 17 vliegtuigen die de aanval op Houten uitvoerden vanaf vliegveld Gilze-Rijen mistten hun doel en bombardeerden De Brink (Het Plein) en een deel van de Herenweg. Er vielen zestien doden, waarvan vijf Houtenaren.
De inwoners van Houten wisten dat er iets zou gebeuren. Het geallieerde front was opgetrokken tot aan de Maas en de Duitsers namen stelling in Houten. Half november werden er lichtkogels afgeschoten boven Houten en werden er vermoedelijk luchtfoto’s gemaakt.
De Duitsers vermoedden ook iets en kennelijk beschikten ze over goede informatie. In de avond van 27 november werden verschillende Houtenaren tewerkgesteld om luchtafweerposities te bouwen. De volgende dag rond 10.45 uur vlogen vanuit het zuiden vliegtuigen in twee aanvalsgolven over. Ze werden bestuurd door Belgische en Engelse piloten. Ze keerden bij Bunnik en zette koers naar het dorp Houten.
Daar maakten de Typhoons een duikvlucht. Ze zetten hun sirenes aan en kwamen met een angstaanjagend kabaal op het dorp af. Vanaf hun vleugels schoten de vliegtuigen raketten af van zo’n 30 kilo op voornamelijk witte huizen aan de Herenweg, de Burgemeester Wallerweg en de Lobbendijk.
Tweede aanvalsgolf
Bij de tweede aanvalsgolf enkele minuten later werd vooral het Plein getroffen. Hier stond een school waar zo'n 50 Duitsers waren gehuisvest. De 23-jarige ooggetuige Verweij meldde dat het leek of de vliegtuigen lager vlogen dan de kerktoren. De aanvalsgolf betekende de dood van tien mensen. Zowel ooggetuige Verweij als van Soest maakten melding van stervende Duitsers. Mannen die “mutti, mutti” riepen.
Na afloop bleek dat bij de in puin geschoten wagenmaker van Verweij het geld was gestolen door de Houtenaren. De generaal was op het moment van de aanval in Deelen. Hij keerde terug naar Houten en verdween daarna naar Bilthoven. Bilthoven werd een dag later gebombardeerd. Ook toen werd het doel gemist door de geallieerden.
De trillingen van dit bombardement werden tot in Bunnik gevoeld. Een ooggetuige uit Bunnik zegt dat de trillingen 15 tot 20 minuten aanhielden.
16 doden
Uit onderzoek blijkt dat er zeven Duitsers direct om het leven kwamen. Vier overleden later. De Duitsers werden begraven op het Utrechtse Tolsteeg en later overgeplaatst naar Ysselstein (L). Dat het doel niet werd getroffen komt mogelijk doordat de geallieerden vlogen met een afwijking op hun kaarten van 100 meter. Samen met de vijf Houtenaren kwam het dodental uit op zestien doden.
Het luchtafweer raakte een vliegtuig (zoals te lezen in het ooggetuigeverslag van Joop Boekhout). Dit toestel kwam ten zuiden van Culemborg neer. De piloot wist te vluchten en dook onder in de buurt van Tiel. Bij verraad werd een deel van de bewoners van dat huis ook gedood.
| Hannes Bos |
| Henk van Hal |
| Jan Verweij |
| Joop Boekhout |
| Wim van Soest |