Molens
In de Nieuwe Tijd verschijnen er molens in Houten. Naast watermolens in Schalkwijk, zijn het voornamelijk korenmolens. De molens kregen te maken met windrecht, dat moest worden betaald aan de landsheer van het gerecht. De inwoners kregen te maken met het molenrecht. Dat betekende dat ze zelf geen graan mochten malen, maar dit moesten doen bij de molen die voor hun was aangewezen. Elk gebied had zijn eigen molen.
Korenmolens
Inwoners uit 't Waal en Honswijk gingen naar de molen in Molenbuurt, inwoners van Schalkwijk naar de molen bij De Heul en inwoners van
Houten, ’t Goy, Oud Wulven, Waijen, Schonauwen en Wulven naar de Loerikermolen. Deze laatste was de opvolger van de molen uit 't Goysedorp.
Watermolens
Door de inklinkende veenondergrond kregen de boeren behoefte aan een watermolen. In de 16e eeuw verschenen er particuliere molens die werden aangedreven door paarden. Aan het eind van de 16e eeuw werd deze vervangen door grotere windgedreven watermolens, die de hele polder bedienden.
Aan het eind van de 19e eeuw werden de watermolens vervangen door stoomgemalen. Rond 1925 werden het elektrische gemalen.
Alle molens in de gemeente Houten zijn verdwenen.