Na het verdwijnen van het graafschap Opgooi tussen 1220 en 1250, is er sprake van het 'gerecht van Goye'. De lagere rechtsmacht is in handen van de Heren van Goye die het in leen hadden van de Heren van Cuyk en die weer op hun beurt van de bisschop in Utrecht. Dit gerecht bevatte het grondgebied rond het huidige Houten en 't Goy. In de Middeleeuwen sprak men tot 1400 over het gerecht 't Goy en de parochie Houten, maar dit was ongeveer hetzelfde gebied
(bron).
Halverwege de 14e eeuw komen de Goyse bezittingen (kasteel en gerecht) via een huwelijk in handen van de Heren van Vianen. In 1327 verkopen de Heren van Cuyk hun leen aan graaf Willem III van Holland. Niet lang daarna draagt de laatste heer Ten Goye het kasteel Ten Goye op aan de Hollandse Graaf.
In 1397 gaat het gerecht 't Goy over naar de Heren van Abcoude en op 6 februari 1459 valt het gerecht toe aan de bisschop van Utrecht. Ondertussen was ook de parochie 't Goy ontstaan als afsplitsing van de Houtense parochie. Het gerecht blijft wel één geheel, hoewel er schouten en later ook schepenen zijn voor het Houtens deel en voor het Goys deel.
Samenvoeging
In 1528 komt de macht van de bisschop te vervallen. Stadhouder Antoon I van Lalaing neemt
het bestuur over. Op 3 april 1530 krijgt het Houten en 't Goy schepenrechtspraak. Naast de schout zijn er vier schepenen. Na een chaotische periode rond 1577 valt in 1581 het gerecht Houten en
't Goy direct onder de Staten van Utrecht.
In 1652 koopt Philibert van Tuyll van Serooskerke (ambachtsheer gerecht Wulven) stukken van het grond, zodat de waterhuishouding van Wulven kan worden verbeterd.
Op 24 maart 1714 wordt het gerecht Houten en 't Goy door de Staten van Utrecht geveild en verkocht aan Jasper van Lynden die op dat moment al schout was. Van Lynden komt in Zorgvliet te wonen en mag zich tevens ambachtsheer noemen. Hij was al ambachtsheer van het gerecht Oud-Wulven en Waijen. In 1724 blijken er zeven schepenen in Houten te zijn. Na het overlijden van Van Lynden (ergens rond 1732) komt het gerecht in het bezit van de familie van der Capellen.
Uiteindelijk wordt Gerlach Theodorus van der Capellen eigenaar van het gerecht Houten en 't Goy. Na zijn overlijden op
12 oktober 1805 komt in 1812 Houten in het bezit van zijn zwager baron Jacob Jan van Hangest d'Ivoy. Alleen is dan al de gemeente Houten ontstaan en heeft deze baron weinig te vertellen.
| Eigenaren gerecht Houten en 't Goy | |||
|---|---|---|---|
13e eeuw |
Heren van Goye | ||
1322 |
Margriet van Goye | ||
±1350 |
Heren van Vianen | ||
28-5-1397 |
Heren van Abcoude | ||
1459 |
Bisschop van Utrecht | ||
1530 |
Staten van Utrecht, landsheerlijke tijd | ||
1581 |
Staten van Utrecht | ||
27-3-1714 |
Jasper van Lynden | ||
1732 |
Alexander Hendrik van der Capellen | ||
5-7-1740 |
Evert Cornelis van der Capellen | ||
24-10-1759 |
Gerlach Theodorus van der Capellen | ||
| ±1250 | Ontstaan 't Goy en Houten |
| <1300 | Heren van Goye |
| ±1350 | Heren van Vianen |
| 1397 | Heren van Abcoude |
| 1459 | Bisschop Utrecht |
| 1528 | Stadhouders |
| 1530 | Schepenrechtspraak |
| 1577 | Oorlogstijd |
| 1581 | Staten van Utrecht |
| 1652 | Verkoop grond aan Wulven |
| 1714 | Eerste ambachtsheer |
| 1798 | Afschaffing heerlijk recht |