Doorbraken van de Lekdijk

Vanaf het moment dat de Lek bedijking kreeg (vanaf 1050), kwam er een beetje veiligheid voor de regio. Maar de dijken konden niet al het hoogwater weerstaan en zo af en toe brak de dijk door. Soms was de overlast zo groot, dat Schalkwijk in een groot meer veranderde en het water na een tijdje Leiden bereikte.

De 32 kilometer lange Bovendamse dijk tussen Amerongen en Vreeswijk was een problematische dijk. Deze lag op slappe veenachtige ondergrond en had voortdurend te kampen met verzakkingen. Het was de zwaarste van alle Nederlandse rivierdijken en er werd voortdurend aan gewerkt. De dijk was van groot belang, omdat achter de dijk sprake was van een flink hoogteverschil. Bij een doorbraak stroomde het rivierwater in snel tempo naar de lager gelegen gebieden van Holland en Utrecht. 

Overstromingen vonden plaats in 1173 en 1183 (bron). Delen van Holland en het Sticht kwamen daarbij onder water. Toen in 1233 opnieuw overstromingen plaatsvonden en het Lekwater de stad Leiden bereikte, werd besloten tot dijkverzwaring.

1496
De Rijn bevriest na drie dagen hevige vorst. Op 17 februari slaat de dooi toe en van Keulen tot aan de Noordzee vinden overstromingen plaats. De Lekdijk breekt op 20 februari op twee plaatsen: bij 't Waal en bij Den Oord ('t Goy). De stad Utrecht legt snel dammen aan bij de Tolsteegpoort. Schalkwijk loopt onder water. Bij de dijk ontstaat een wiel, die nu nog zichtbaar is.

1523
Op 5 januari om 5 uur 's ochtends breekt bij De Heul de dijk door. Schalkwijk, Houten, Vreeswijk, Jutphaas komen onder water te staan. Een gezin met vijf kinderen komt om het leven. Het water bereikt Leiden. Op het land ligt plaatselijk de modder tot kniehoogte. De Schalkwijkse wetering slibt dicht en moet worden uitgegraven. Na deze overstromingen worden dijkmetingen ingevoerd.

1624
Door kruiend ijs bij 't Waal kan op 10 januari het rivierwater niet meer verder. Er volgt op dezelfde plek als in 1496 een doorbraak. Het water stroomt direct door naar Vreeswijk. Grote delen van Holland lopen onder. Het water bereikt Leiden, de binnenstad van Amsterdam en Rotterdam. Mensen en vee verdrinken. Pas twee weken later dicht men de dijk. Op de plek van de doorbraak ontstaat een tweede wiel. Beide wielen zijn binnendijks te zien.

1636 (1638??)
Op 6 januari breekt ter hoogte van 't Goy de Lekdijk door na zware ijsgang.

1747
Op 28 februari breekt de Lekdijk ter hoogte van de veerboot naar Beusichem door. Het water stroomt naar Cothen, Langbroek, Schalkwijk, Honswijk en 't Waal. Via de Kromme Rijn worden Werkhoven, Odijk, Bunnik en Vechten bereikt. Enkele dagen later stromen ook Abstede, Oudwijk, Blauwkapel, Maarsseveen, Westbroek en Tienhoven onder.

Via de Schalkwijksewetering stroomt het water naar de lagere delen van Houten, Galecop, de Meern, Woerden en Kockengen. Verder komt het water niet. De ringdijken van de polders in Holland zijn dermate sterk, dat het oprukkende water stagneert. Doordat het water langzaam steeg, konden was iedereen gealarmeerd en kon vee tijdig worden geëvacueerd. Op 14 maart daalt het water in de Lek verder en is het gat gedicht.

1233 / 1747

Tijdlijn

1050
Aanleg Lekdijk
1173
Doorbraak Lekdijk
1183
Doorbraak Lekdijk
1233
Doorbraak Lekdijk
1496
Overstroming na bevriezing
1523
Doorbraak Schalkwijk
1624
Kruiend ijs 't Waal
1636
Doorbraak 't Goy
1747
Doorbraak W. bij Duurstede

Veel informatie over de dijkdoorbraken is afkomstig van historicus Jan Buisman en staat beschreven in Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen. Dijkdoorbraken stroomafwaarts zijn niet meegenomen.