Oostrum (Upgoa) was een dorpje ter hoogte van het Groenedijkje in het Goysedorp. Het bestond in eerste instantie uit een hofstede (Osterhem) met enkele kleine boerderijen en was een tegenhanger van Westrum. Later kwam er meer bewoning en zelfs een kerk.
Bewoning op dit hogere deel van de Houtense stroomrug gaat terug tot in de ijzertijd. Vermoedelijk is de Oostrummerhofstede ergens in de 10e eeuw ontstaan. De inkomsten van de boerderij werden deels afgedragen aan de graven van Opgooi die enkele honderden meters westelijker in een kasteel woonden. Vanuit dit kasteel werd de regio bestuurd.
Kerk
Naarmate het kasteel groter werd, groeide ook het dorpje Oostrum. Oostrum blijkt in de 12e eeuw een klein kapelletje te hebben, die in een boerderij was ondergebracht (volgens een document uit 7 nov 1259). Mogelijk bestond deze dochterkerk van de Houtense kerk al rond het jaar 1100. Later verhuist deze kapel naar het kasteel. In 1332 spreekt men over 'capelle tot Oestrem’ met de kapelaan: capellane van Oesterhem.
In de 14e eeuw heeft Oostrum het niet makkelijk. In 1317, in 1353 tot en met 1355 en in 1380 was er oorlog tussen de eigenaren van kasteel Ten Goye en de bisschop van Utrecht.
Eigen parochie
In 1396 wordt het dorpje geplunderd door Jan van Rhijnestein uit Cothen en neemt de Bisschop van Utrecht wraak. In 1404 keert dan eindelijk de rust terug. De parochie van Houten wordt in tweeën gesplitst en het dorpje krijgt een eigen parochie. Vanaf ongeveer dezelfde tijd wordt Oostrum ’t Gooi genoemd, alhoewel deze naam al eeuwen in gebruik was. De kerk krijgt ook een kerktoren.
De Reformatie betekent het einde van de kerk. De hervormden zijn dusdanig klein in aantal, dat de kerk te groot is om te onderhouden. Willem Albert Bachiene meldt in zijn Vaderlandsche geographie (1716) dat er in de kerk geen dienst wordt gehouden.
Een tekening uit 1749 toont een vervallen kerk. In 1772 wordt de kerk buiten gebruik gesteld en tussen 1817 en 1832 wordt deze gesloopt. In de 19e eeuw wordt begonnen met de bouw van een katholieke kerk ten oosten van het voormalige
‘t Gooi. Rondom die kerk ontstond een tweede bewoningskern: ’t Goy. Het oorspronkelijke dorp bij de Wickenburghse weg heet ’t Goysedorp.
Hofstede
De Oostrummerhofstede behoorde vanaf de 14e eeuw tot het geslacht Van Oostrum. Het lijkt erop dat de Oostrums na het verdwijnen van de macht van de graven van Goye halverwege de 14e eeuw meer aanzien kregen. In officiële documenten kregen ze het predikaat 'knape', hetgeen duidde op een hogere sociale status.
Ook krijgt deze familie in het jaar 1409 Wickenburgh in het bezit. In de 16e eeuw verkrijgen sommigen van het geslacht Oostrum het ridderschap. De familie was toen niet meer met het boerenleven bezig en rond 1630 is de Oostrummerhofstede dan ook verdwenen.
| ±950 | Ontstaan hofstede |
| ±1100 | Eigen kapel voor Oostrum |
| 1317 | Oorlog met bisschop Utrecht |
| 1353 | Oorlog met bisschop Utrecht |
| 1380 | Oorlog met bisschop Utrecht |
| 1396 | Plundering |
| 1404 | Eigen parochie voor 't Goy |
| 1630 | Verdwijnen hofstede |
| ±1825 | Sloop kerk |
| 1866 | Bouw nieuwe kerk |