Het Noormannentijdperk

Nadat de Franken in de 8e eeuw definitief de macht hadden gegrepen, ontwikkelde zich ten oosten van Houten Dorestad. Deze belangrijke handelplaats had grote aantrekkingskracht op handelaren uit de wijde omgeving. In de 9e eeuw werd onze regio opnieuw speelbal van de Friezen (onder Frankisch bestuur), Franken en Denen.

Vanaf 834 kreeg Dorestad te maken met aanvallen van de Noormannen. Deze Vikingen kwamen uit Denemarken en hielden regelmatig plunderingen in de kuststreek en ook in Dorestad. Deze aanvallen hadden te maken met ruzie aan het Karolingische hof. Zoon Lotharius I en vader Lodewijk de Vrome voerden een machtstrijd uit. Lotharius I had daarbij de Noormannen gestimuleerd aanvallen uit te voeren.

In onze regio bestonden toen in elk geval de dorpjes Haltna, Loerik en Turre. Westrum en Oostrum waren mogelijk in een prille beginfase aanwezig.

Nieuwe noormannenperiode
Vanaf 845 keerden de Noormannen weer terug. Regelmatig werden belangrijke plaatsen als Dorestad geplunderd. In het jaar 850 nam een omvangrijk Deens leger Dorestad in. Ook onze omgeving viel onder Deens bestuur. De bezetting werd zelfs geformaliseerd. De Noormannen inden belasting voor het Koninkrijk Lotharingen.

Bronnen melden dat deze bezetting niet zachtzinnig ging. De lokale bevolking had in feite te maken met een permanente plundering van eigendommen. Ook is waarschijnlijk in deze tijd de Houtense kerk, een eenvoudig houten gebouwtje, verwoest.

In het jaar 857 verslechterde de verhouding tussen de Utrechtse bisschop Hunger en de Denen. De bisschop vluchtte met andere geestelijken naar Sint Odiliënberg. Ook de Denen verloren grip op de regio. Veel soldaten verveelden zich en liepen over naar rondtrekkende plunderende Deense manschappen in het westen van het huidige Nederland. In 863 werd Dorestad door deze rondtrekkende groepen geplunderd.

Tijdens het Verdrag van Meerssen in 870 werd onze regio toebedeeld aan het Oost-Frankische Rijk. Maar omdat de Denen in Dorestad nog steeds goede banden hadden met het West-Frankische Rijk, lag het dagelijks bestuur bij de Denen.

Noormannen verdreven
Gerulf II van Kennemerland speelde uiteindelijk een rol bij de moord op Godfried de Noorman in het jaar 885. Door deze moord werd het gevaar van de Vikingen beduidend minder. Op 4 augustus 889 kreeg Gerulf van Kennemerland als beloning enkele gebieden toegewezen. Pas rond het jaar 920 waren de Denen die in Utrecht en omgeving woonden verdreven of vertrokken. De Oostfrankische keizer kreeg meer invloed en de bisschop keerde in het jaar 922 terug naar Utrecht.

Ergens in deze jaren is het gouw en latere graafschap Opgooi ontstaan. Hollandse graven hebben ons gebied in leen. Hun nageslacht zou later zichzelf Ten Goye noemen, omdat ze zich in 't Goy gaan vestigen. Ook werd in Houten een klein zaalkerkje gebouwd. Mogelijk omdat de vorige (houten) kerk was verwoest bij een plundering.

Voor meer informatie over de Noormannen in Dorestad is de website van Luit van der Tuuk aan te bevelen.

834 / 920

Tijdlijn

834 Machtstrijd Karolingische hof
843 Koninkrijk Lotharingen
850 Denen bezetten de regio
857 Bisschop Utrecht vlucht
870 Oost-Frankisch
885 Begin opstellen goederenlijst
896 Goederenlijst gereed
922 Bisschop Utrecht terug