Vlaamse bondgenoten verliezen de slag bij de Lek
Rond 1300 is Vlaanderen, aan de westkust van het huidige België, een van de dichtstbevolkte gebieden van Europa. Alleen Noord-Italië kan zich meten aan Vlaanderen. Vlaanderen is door de Fransen bezet, maar al snel breekt er een volksopstand uit.
In het jaar 1302 weten de Vlamingen het onoverwinnelijk geachte Franse leger te verslaan.
In 1304 worden de Vlamingen overmoedig en trekken ze samen met de Zeeuwen het graafschap Holland en Het Sticht binnen. De indringers weten het gebied boven de rivieren zonder grote problemen te veroveren. Utrecht en Amsterdam worden bezet.
Lokale heersers zoals Arend van Benskoop, Huibert van Everdingen en Bertold van Schalkwijk kiezen de kant van de indringers.
Het verzet
Vanuit Haarlem, Kennemerland en Waterland komt er verzet. Adel en boeren vormen een vuist en binnen enkele weken worden de Vlamingen en Zeeuwen teruggedreven.
In Utrecht waren de bezettingslegers van de Vlaamse aanvoerder Guy van Namen en van Jan van Renesse gelegerd. Deze Jan van Renesse was een grote Zeeuwse strijder en had al menig veldslag tegen de Fransen in 1302 tijdens de Guldensporenslag in Vlaanderen gewonnen.
Maar omdat de stad niet meer te houden was tegen de oprukkende Hollandse legers en Van Renesse wist dat hij op de dodenlijst van zijn vijand stond, besloten ze te vluchten.
Guy van Namen vluchtte naar Gouda en Jan van Renesse naar het zuidoosten.
Slag bij de Lek
In een poging de Lek over te steken, stapte zijn leger op 16 augustus 1304 met de lokale krijgsheren Arend van Benskoop, Huibert van Everdingen en Bertold (Gijsbert) van Schalkwijk op een boot ter hoogte van Beusichem.
Ze werden daarbij opgewacht door Jan van Beusichem, heer van Kuilenborg, alsmede een deel van de lokale bevolking. Toen ze aan de overkant aankwamen ontstond er paniek en chaos en sloeg de boot om. Alle krijgsheren, inclusief Jan van Renesse en nog zo'n 100 manschappen verdronken of werden doodgeslagen.
Jan van Renesse werd begraven in de kerk van Beusichem.
Het
kasteel te Schalkwijk werd door Jan van Beusichem als wraak met de grond toe gelijk gemaakt, maar later weer herbouwd.