Kasteel Schalkwijk is al voor 1250 gebouwd door een lid van de familie Van Schalkwijk in de Tetwijksepolder. Deze familie was betrokken bij de ontginningen in dit gebied en bezat veel macht en rijkdom. Vanuit kasteel Schalkwijk werd de omgeving bestuurd. In 1250 duikt het kasteel de eerste keer op in de bronnen als het kasteel wordt overgedragen aan de graaf van Gelre.
In 1304 raakt Bertold van Schalkwijk betrokken bij de slag bij de Lek. Als straf wordt kasteel Schalkwijk door Jan van Beusichem, heer van Kuilenburg gesloopt. Het kasteel wordt later (±1321) herbouwd. Vermoedelijk op een andere plaats, een stuk oostelijker.
Groot kasteel
Het herbouwde huis komt in het bezit van het geslacht van Jutphaas van Blokhoven. Deze familie bezit het kasteel als op 27 oktober 1536 kasteel Schalkwijk wordt erkend als ridderhofstad. Er was toen sprake van een rechthoekig kasteel van 30 bij 40 meter, dat was omgeven door een 15 meter brede gracht. Op de noordhoek stond een vrijstaande vierkante hoektoren en op de zuidhoek een ronde toren met een doorsnede van 10 meter. Aan de westzijde stond een derde toren. Het kasteel moet in het open landschap van Schalkwijk van ver te zien zijn geweest.
Nadat het kasteel eigendom is geweest van verschillende eigenaren, koopt op 20 december 1633 Adriaen Ram het kasteel. Hij was katholiek en de zuidtoren van het kasteel werd ingericht als schuilkerk. Ook woonde er hier een rondtrekkende priester.
De Staten van Utrecht waren het niet eens met de kerkdiensten en de maarschalk greep in 1651 in. Hij nam het kasteel in. Dat lukte niet in één keer, omdat de Schalkwijkse bevolking het kasteel verdedigde. Toen dezelfde dag de maarschalk met een groter aantal manschappen terugkwam, lukt het hem wel om het kasteel te veroveren.
Adriaen Ram en zijn gezin werden op 29 juli 1651 voor tien jaar uit de Staten van Utrecht verbannen. De toren werd afgebroken en de ophaalbrug moest een vaste brug worden.
Het kasteel verkocht hij aan de familie Van Renesse. Het gerecht Schalkwijk komt in handen van zijn zoon Everhard Ram.
Op 27 april 1667 koopt Gerlach van der Capelle het kasteel.
Verval
In 1774 wordt kasteel Schalkwijk verkocht aan Gerard Aarnoud baron Taets van Amerongen.
Uit tekeningen gemaakt in 1754 blijkt dat sprake is van een vervallen kasteel. In de tweede helft van de 18e eeuw is het kasteel gesloopt en zijn de materialen voor andere doeleinden gebruikt. De grachten werden gedempt.
Deze grachten zijn aan het eind van de 20e eeuw opnieuw uitgegraven, waardoor de structuur van het kasteelterrein zichtbaar is. Het is tegenwoordig de schaatsbaan van Schalkwijk. Ook zijn de tuinen van Adriaen Ram hersteld.
| ±1225 | Vermoedelijke bouw |
| 1250 | Eerste vermelding |
| 1304 | Sloop kasteel |
| ±1321 | Herbouw kasteel |
| ±1321 | Arnold van Schalkwijk |
| ±1400 | Jutphaas van Blokhoven |
| 1536 | Ridderhofstad |
| 1633 | Adriaen Ram |
| 1651 | Verovering door de Staten |
| ±1652 | Familie van Renesse |
| 1667 | Van der Capelle |
| 1774 | Taets van Amerongen |
| ±1800 | Sloop kasteel |