Vroege Bronstijd en vindplaats 20

Op de grens van de Nieuwe Steentijd en de Bronstijd arriveren de eerste bewoners in Houten. Vermoedelijk zijn ze afkomstig van de Utrechtse Heuvelrug. Uit de gevonden grafheuvels en archeologische sporen blijkt vooral in de buurt van Amerongen, Elst en Rhenen relatief veel bewoning te zijn geweest.

Rond 2000 voor Christus loopt de Rijn via de Werkhovense stroomrug. Een kleine zijrivier is 200 jaar eerder al ontsprongen en stroomt naar het huidige Houten. Daar waar deze zijrivier een bocht maakt en een poel is ontstaan, vinden Amsterdamse archeologen in de winter van 2007/2008 sporen van deze eerste bewoning. Het terrein staat bij archeologen bekend als Vleugel 20 en ligt enkele tientallen meters van het gebouw van de stadsverwarming af. Het gaat vooral om aardewerk en een maalsteen. Deze sporen dateren uit de periode 2200 – 1970 voor Christus (bron).

Open landschap
Rond 2000 voor Christus is sprake van een open landschap met een enkele boom (Els) die op een nattere plaats staat. Dit open landschap werd afgewisseld door bosrijke gebieden. In een bocht stroomde een rivier, een zijtak van de Rijn die steeds breder werd.

De bewoners hielden rundvee en schapen. Veehouderij was belangrijk voor de voedselvoorziening. De bewoners maakten met palen in de grond een hekwerk, zodat het vee niet wegliep. Naast rundvee zijn er ook sporen gevonden van varkens, paarden en honden.

Daarnaast werd er gejaagd op edelhert en werd er gevist. Het ging om de vissoorten brasem, steur, blankvoorn en zeelt. Archeologen denken dat de visvangst, net als de jacht op vogels van ondergeschikt belang was.

Ook werd er landbouw bedreven. De bewoners verbouwden gerst en tarwe. De oogst werd opgeslagen in hutten en spiekers (opslag-schuurtjes). Voor deze opslag gebruikten ze aardewerk. Vooral uit de periode rond 1900 vinden archeologen op vindplaats 20 sporen van bebouwing. Het terrein wordt dan ook intensief gebruikt.

Uit het onderzoek hier bij de Raaigras blijkt dat er geen bronzen voorwerpen zijn aangetroffen. De rondtrekkende bronsgieters hebben Houten dus niet weten te vinden. De locatie lag vermoedelijk te ver af van de belangrijkste bevolkingscentra in die tijd.

Na 1845 voor Christus krijgen de inwoners van vindplaats 20 het zwaar. De Rijn volgt niet langer meer de hoofdroute via Werkhoven, maar stroomt vooral door Houten. Steeds vaker vinden er overstromingen plaats en de bewoners trekken weg. Het gebied is rond 1800 verlaten.







-2000 / -1800

Tijdlijn

±-2200 Eerste sporen
-1900 Sporen van hutten
-1845 Rijn stroomt door Houten
-1800 Wegtrekken bevolking