Stroomruggen

Stroomruggen
Het Houtens landschap bestaat uit stroomruggen en kommen. Tussen de relatief hoge stroomruggen en lage kommen zit een hoogteverschil van ruim 3,5 meter. Het laagste punt is +0,3 meter NAP bij de Knoest in polder Vuijlcop. Het hoogste punt is plaatselijk 4,8 meter NAP in de buurt van het tankstation in ’t Goy (bron). De eerste stroomgordel ontstond 5700 jaar voor Christus en de laatste was in de Romeinse tijd gereed (bron).

De stroomruggen zijn ontstaan op plaatsen waar rivieren stroomden, welke regelmatig buiten de oevers traden. In de loop van de tijd nam de rivier een andere route en bleef een hoger gedeelte in het landschap achter. De stroomruggen zijn geclusterd in riviersystelsels. Houten kent er maar liefst vijf:

  • Benschopper rivierenstelsel
    De Wiersch in het zuidwesten en niet meer terug te zien in het landschap.
  • Utrechtse rivierstelsel
    Vanaf 4500 voor Chr. met de Werkhovense, Houtense en Oudwulverbroek stroomrug.
  • Graafse rivierstelsel
    Met de Vuylkoopstroomrug, Lage Dijk en de Hoonstroomrug.
  • Linschoter rivierstelsel
    Parallel aan het Utrechtse riviersysteem. Stroomrug Blokhoven, Honswijk, Zouwe en Jutphase stroomrug.
  • Krimper rivierstelsel
    Vanaf 200 voor Christus; De Lek.

Houten kent twee belangrijke stroomruggen en een aantal kleinere. De Houtense stroomrug en de Jutphase stroomrug zijn goed in het landschap te zien. Op deze stroomruggen zijn veel sporen van bewoning gevonden. Op de Jutphase stroomrug is Haltna ontstaan, het latere Houten.

Tull en ’t Waal ligt op de Vuylkoopstroomrug. Daarnaast zijn er verschillende kleinere stroomruggen in het landschap terug te vinden. De Wiersch in het zuidwesten van de gemeente is de oudste en niet meer zichtbaar in het terrein.

Tussen 9000 en 5000 voor Christus liep er een regenrivier van de Utrechtse Heuvelrug door Houten naar het zuidwesten (bron). Deze rivier is dermate oud, dat deze geen makkelijk te traceren sporen heeft achtergelaten.

Utrecht-area